Ziektebeelden
 >>> Terug
Claudicatio Intermittens

(ook wel etalagebenen genoemd)
 
De medische term voor deze aandoening is Claudicatio intermittens. Artsen gebruiken ook wel de term Perifeer Arteriëel Vaatlijden (PAV). PAV wordt door de artsen ingedeeld in vier stadia:

- Stadium 1: U heeft wel een vernauwing maar nog geen typische klachten van claudicatio intermittens (etalagebenen).
- Stadium 2: U heeft last van etalagebenen. Afhankelijk van de loopafstand maken artsen een onderscheid tussen 2A en 2B. Bij een stadium 2A kunt u pijnvrij meer dan 100 meter lopen. Bij een stadium 2B treedt de pijn op voor dat u 100 meter gelopen heeft. De meerderheid van de pati‘nten blijft in stadium twee.
- Stadium 3: U heeft ook in rust pijn in de benen en/of de voeten. De pijn vermindert wanneer men het been van het bed laat afhangen. De toevoer van zuurstof en voedingsstoffen komt in het betroffen been ernstig in het gedrang.
- Stadium 4: Aan de getroffen voet komen niet genezende wonden, necrose of gangreen voor. Er bestaat gevaar voor amputatie.

Gesuperviseerde looptherapie
Looptraining heeft het beste resultaat als u onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut aan de slag gaat. Om de pijnklachten te vermijden, gaan veel mensen op een ineffici‘nte manier lopen. Dit kost veel extra energie en zuurstof. Bovendien kan een verkeerd looppatroon blessures veroorzaken, waardoor langdurig niet kan worden gelopen. Looptraining onder begeleiding van een fysiotherapeut verbetert de looptechniek. Een betere looptechniek zorgt voor een afname van het zuurstofverbruik en draagt daarmee weer bij aan het verminderen van de pijnklachten.

Werkwijze
De fysiotherapeut bespreekt uw klachten en met name uw (beperkte) bewegingsmogelijkheden. Ter ondersteuning maakt de fysiotherapeut gebruik van een aantal vragenlijsten. Voor het vaststellen van uw maximale loopafstand en conditie, doet u een test op de loopband. Dit onderzoek wordt gedurende de trainingsperiode regelmatig herhaald om het effect van de looptraining te bepalen. Op basis van de resultaten van de looptest en uw klachtenpatroon stelt de fysiotherapeut samen met u een persoonlijk trainingsschema op. De eerste weken wordt u intensief begeleid, zo'n 2 tot 3 keer per week. Het trainingsschema bestaat niet alleen uit lopen, maar ook uit fietsen, spierversterkende oefeningen en scholing van het looppatroon. Daarna wordt de begeleiding langzaam afgebouwd en gaat u zelfstandig trainen. Dit zelfstandig trainen gaat volgens een vooraf opgezet trainingsschema. Voor het behoud van het behaalde resultaat is het uitermate belangrijk om dit trainingsschema dagelijks te onderhouden en een gezonde leefstijl te ontwikkelen.

 >>> Terug